HENDRIK-IDO-AMBACHT - De toekomst van de asielopvang in Ambacht hield de raadscommissie dinsdagavond 23 september langdurig bezig. Centraal stond de vraag wat er moet gebeuren als het contract voor de huidige opvangboot op het Citadelterrein op 1 juli 2027 afloopt. Vrijwel alle fracties steunden het voorstel om verschillende onderzoeken op te starten. Over de invulling van de opvang, de rol van inwoners en de mogelijkheden binnen de Spreidingswet werd meer gedebatteerd.
Volgens wethouder Oene Doevendans lijkt 2027 nog ver weg, maar moet de gemeente nu al voorbereidingen treffen. De grondeigenaar heeft aangegeven zijn ontwikkelplannen te willen voortzetten, waardoor de huidige locatie mogelijk verdwijnt. Daarom wil het college het eerder stilgelegde onderzoek naar langdurige opvanglocaties hervatten. Het wil een draagvlakonderzoek onder inwoners uitvoeren en alternatieven voor de opvang na 2027 verkennen.
Weinig hoop op regionale uitruil
Een terugkerend onderwerp in de discussie was de vraag of andere gemeenten in de regio Dordrecht een deel van de Ambachtse opvangopgave kunnen overnemen. Sommige fracties vroegen naar de mogelijkheden van regionale samenwerking of uitruil.
Wethouder Doevendans maakte duidelijk dat die mogelijkheden vooralsnog beperkt lijken. Tijdens overleggen aan de regionale regietafel heeft hij de Ambachtse situatie onder de aandacht gebracht, maar vrijwel alle gemeenten in de regio kampen zelf met hun opvangopgave. Daardoor lijkt het lastig om de huidige opvangplaatsen elders onder te brengen. De gesprekken worden voortgezet, maar het college heeft weinig aanwijzingen dat een regionale oplossing eenvoudig beschikbaar zal zijn. Dat betekent dat Ambacht waarschijnlijk zelf met een oplossing zal moeten komen als de huidige locatie daadwerkelijk verdwijnt.
Nieuwe gesprek over veilige landers
Ook de discussie over veilige landers keerde terug. De gemeenteraad nam eerder unaniem een motie aan met het verzoek om te onderzoeken of asielzoekers uit veilige landen niet meer worden opgevangen in Ambacht.
Het college wil daarover opnieuw in gesprek met het COA en het Rijk. Dat gebeurt ondanks een brief van het Directoraat-Generaal Migratie, waarin wordt gesteld dat een generieke uitsluiting van bepaalde groepen asielzoekers niet past binnen de wettelijke kaders van de Spreidingswet. Deze Ambachtse insteek sluit ook niet aan bij het landelijke plaatsingsbeleid van het COA. Tegelijkertijd bood het ministerie de gemeente wel aan om verder in gesprek te gaan over de situatie in Hendrik-Ido-Ambacht.
Volgens wethouder Doevendans zijn er wellicht toch mogelijkheden om afspraken op maat te maken, zoals ook andere gemeenten op onderdelen hebben gedaan. Daarom wil het college de deur naar verdere onderhandelingen openhouden.
Realistisch Ambacht en andere partijen benadrukten dat Ambacht stevig moet onderhandelen met het COA en het Rijk over de omvang en samenstelling van eventuele toekomstige opvang. Daarbij waarschuwde deze fractie dat de angst om als "weigergemeente" te worden bestempeld een slechte raadgever is. Volgens de fractiewoordvoerder staan inmiddels tientallen gemeenten op dergelijke lijsten en moet Hendrik-Ido-Ambacht vooral opkomen voor de eigen beperkte ruimte en draagkracht.

Oene Doevendans: gesprek Rijk over veilige landers, draagvlakonderzoek, geen "inplaatsstelling"
Draagvlakonderzoek moet genuanceerd beeld geven
Een belangrijk onderdeel van het voorstel is het draagvlakonderzoek onder inwoners. Daarbij gaf de wethouder nadrukkelijk aan dat dit geen referendum wordt over de vraag of inwoners vóór of tegen asielzoekers zijn.
Het seniorenconvent krijgt een belangrijke rol bij de opzet van het onderzoek. Samen met een gespecialiseerd onderzoeksbureau wordt gewerkt aan de centrale onderzoeksvraag, de deelvragen en de methode van onderzoek. Volgens de toelichting moet voorkomen worden dat het onderzoek wordt gereduceerd tot een simpele voor- of tegenvraag. Het doel is juist om inzicht te krijgen in welke voorwaarden, zorgen, kansen en randvoorwaarden inwoners belangrijk vinden wanneer de gemeente keuzes moet maken over toekomstige opvang.
Na het raadsbesluit van 5 oktober gaan het college, het onderzoeksbureau en het seniorenconvent gezamenlijk aan de slag met de verdere uitwerking. De onderzoeksopzet, criteria en uiteindelijke resultaten worden later opgenomen in het definitieve raadsvoorstel zodat de raad deze expliciet kan meewegen in de besluitvorming.
Schaduw van een inplaatsstelling
Onder het debat lag ook vooral de vraag: wat gebeurt er als Hendrik-Ido-Ambacht na 2027 geen nieuwe opvanglocatie vindt? Daarbij kwam de mogelijkheid van een zogenoemde inplaatsstelling aan de orde.
Een inplaatsstelling betekent dat het Rijk kan ingrijpen wanneer een gemeente niet voldoet aan wettelijke verplichtingen. In zo'n situatie kan een hogere overheid besluiten nemen die normaal gesproken door de gemeente zelf genomen zouden worden. De gemeentelijke invloed op locatiekeuzes en voorwaarden wordt dan aanzienlijk kleiner.
Daarnaast wezen verschillende commissieleden op de mogelijke financiële gevolgen. Wanneer opvang via reguliere afspraken met het COA plaatsvindt, worden de opvangkosten door het COA gedragen. Een gedwongen situatie waarbij het Rijk moet ingrijpen, wordt door veel partijen gezien als een ongewenst scenario omdat de gemeente dan minder regie heeft over de uitvoering. Ook de financiële en bestuurlijke consequenties worden moeilijker beheersbaar. De commissie kreeg tijdens het debat echter geen concrete bedragen of kostenramingen gepresenteerd.
Niet aan de orde
Wethouder Doevendans benadrukte dat van een inplaatsstelling momenteel geen sprake is. Tot 1 juli 2027 voldoet Ambacht volledig aan de verplichtingen uit de Spreidingswet. Toch werd dinsdagavond duidelijk dat de tijd begint te dringen. Regionale uitruil lijkt onzeker, gesprekken met het COA bieden nog geen garanties voor de toekomst en de huidige locatie kent een einddatum. Daarmee staan college en de gemeenteraad voor een ingewikkelde opdracht: een oplossing vinden die voldoet aan landelijke regels, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met draagvlak, leefbaarheid en de beperkte ruimte binnen de gemeente.