HENDRIK-IDO-AMBACHT - Ambacht in vakantietijd is altijd een periode van beweging: caravans worden uit de stalling gehaald of juist weer gestald, koffers dichtgeritst, route‑apps geopend. De één komt net terug uit Frankrijk, de ander vertrekt morgen naar de Ardennen, Zweden of een zonnig eiland. Het dorp ademt vertrek, stilte en thuiskomst. Het dorp vult zich geleidelijk opnieuw met bekende gezichten, verhalen van campings, tolwegen, wandelroutes en verdroogde gebieden. Terwijl Ambacht terugkeert, keren ook de duiven terug. Maar ergens, tussen de tuinen, schuurtjes en hokken, is er een dier dat al generaties lang moeiteloos doet wat wij met moeite plannen: uitvliegen, oriënteren, terugkeren, namelijk de postduif. En waar postduiven thuiskomen, daar vind je De Luchtbode.
1949 De Plataanstraat: het eerste honk
De Luchtbode werd in 1949 opgericht. Het eerste clubgebouw stond aan de Plataanstraat, een plek die in de herinneringen van oud‑leden nog altijd een mengeling oproept van eenvoud, saamhorigheid en dorpsgeluid. Het was een tijd waarin Ambacht klein was, overzichtelijk, en waarin de duivensport een vanzelfsprekend onderdeel vormde van het dorpsleven. Een oud‑lid schreef hierover: “In het begin hadden duiven een gummyring… moest je lopen naar iemand die wel een klok had.” Dat lopen naar een buurman was geen uitzondering. Niet iedereen had een eigen klok, en wie er geen had, moest soms letterlijk rennen om op tijd te zijn. De sport was kleinschalig, maar sociaal. Je kende elkaar, je hielp elkaar, je rekende samen.
De duiven die op zaterdag niet thuiskwamen, werden op maandag alsnog ‘geklokt’. Om zes uur ’s avonds werden de ringen uit het klokje gehaald. Het was een ritueel dat voor velen nog altijd tot de verbeelding spreekt.

Fanatieke duivenliefhebbers, onder meer de familie Van der Wulp
Blik in het honk aan de Plataanstraat
Op de bovenstaande foto is Wim van der Wulp te zien. Deze zit samen met andere leden, aan een tafel met inkorfmanden achter zich. Zijn oudste broer Jan is op de foto een jaar of acht. Daarom veronderstelt broer Bert dat deze foto rond 1955 is genomen. Het is een beeld dat de sfeer van de Plataanstraat goed weergeeft: mannen aan tafel, kinderen die meekijken, manden die klaarstaan voor de vlucht. Een dorpsvereniging in volle beweging. De foto laat zien hoe de duivensport toen verweven was met het dagelijks leven. Kinderen liepen binnen, mannen zaten aan tafel, en de manden stonden klaar alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Zoon Bert van der Wulp schrijft: “Ik denk zelf dat dit in de Plataanstraat is… ik zie rechts en achter mijn vader de inkorfmanden staan.” Verder geeft Bert aan: “Achter de tafel van links naar rechts zie ik Piet Plaisier, Aart Plaisier, links van mijn vader zit Nico Stolk, wie tevens zijn zwager was. Dan mijn vader Wim van der Wulp met mijn broer voor zich, naast mijn vader Cees de Jong, met schipperspet. Rechts twee mij onbekende jongens. Omdat de familie van der Wulp genoemd wordt, wil ik ook nog mijn -inmiddels overleden- jongste broer Peter noemen. Hij nam de sport van mijn vader over na diens plotseling overlijden. We zeiden van Peter altijd dat hij het ‘ duivenmelkers gen” bezat.”

Het artikel uit Weekblad De Brug vertelt het verhaal van een uitzonderlijke sportprestatie binnen de duivensport door Peter. De duif Cees van duivenhouder Peter in dit artikel staat centraal. Zijn duif heefteen langeafstandsvlucht vanuit Zuid‑Frankrijk naar Nederland heeft voltooid onder omstandigheden die door kenners als extreem zwaar worden beschouwd. De wedstrijd betrof een klassieke langeafstandsvlucht vanuit het zuiden van Frankrijk, een traject dat bekendstaat om zijn combinatie van hitte, wind, hoogteverschillen en navigatie-uitdagingen. Veel duiven raken onderweg uitgeput of verdwalen, waardoor de aan-komstpercentages laag zijn.
Cees wist ondanks deze omstandigheden als een van de weinige duiven het hok in Ambacht te bereiken. Dit is een prestatie, die binnen de duivensport als bijna onmogelijk wordt gezien.

Peter van der Wulp (bron: De Brug)
Café De Vlashandel: rook, koffie en spanning
Vergaderingen en tentoonstellingen vonden plaats bij Café De Vlashandel aan de Havenstraat, “bij Dirk Stolk”. Het was een plek waar verhalen, koffie en tabaksrook zich mengden met de spanning van de sport. De naam varieert in de herinneringen – Vlashandel, Vleeshandel, maar de plek blijft dezelfde: een café waar de duivenwereld samenkwam. Waar uitslagen werden besproken, waar men elkaar feliciteerde of troostte, waar de duivensport een sociale gebeurtenis was.
Het was een tijd waarin de duivensport niet alleen een hobby was, maar een ontmoetingsplek. Een plek waar je naartoe ging om te praten, te lachen, te rekenen, te hopen.

Dorpscultuur: lopen, lenen, helpen
De duivensport in de jaren vijftig en zestig was een sport van improvisatie en samenwerking. Wie geen klok had, leende er één. Wie geen hok had, bouwde er één. Wie geen ervaring had, kreeg advies van een buurman.
Een oud-lid herinnert zich zelfs men soms de fietstijd van de kloktijd aftrok. Een detail dat veel zegt over de creativiteit van de sporters en de sociale structuur van het dorp. De duivensport was een wereld waarin iedereen elkaar kende. Waar je bij elkaar op bezoek ging om te praten over duiven “duivenmelken”, zoals dat later genoemd zou worden. Een wereld waarin de sport verweven was met het dorpsleven.
Verhuizing naar de Lindestraat: groei en professionalisering
Tussen 1960 en 1970 verhuisde De Luchtbode naar de Lindestraat. De exacte datum is niet bekend, maar Bert van der Wulp schat dat de verhuizing in deze periode plaatsvond.Hij schrijft: “Geboren in 1962 schat ik in dat een verhuizing van de Plataanstraat naar de Lindestraat tussen 1960 en 1970 plaatsvond.” De Lindestraat betekende groei. De vereniging werd groter, professioneler, drukker. Vrijdagavonden waren een belevenis: inkorven, klokken lichten, tijden noteren, uitslagen uitrekenen. “Later verhuisd naar de Lindestraat waar de vereniging groter werd,” weet één van de oudere leden, Jaap Bol, zich te herinneren. Deze locatie was een plek waar de duivensport tot bloei kwam. Waar de bar draaide, waar de lijsten met de hand werden geschreven, waar de saamhorigheid groot was.
De Luchtbode in Ambacht Actief
De foto’s die hier te zien zijn, vertellen elk een eigen verhaal.

Een ceremonieel moment: duiven die worden gelost bij de opening van “Ambacht Actief”. Het toont hoe De Luchtbode onderdeel was van het dorpsleven, van evenementen, van vieringen. Links op de foto , bij lossen van de duiven, staat Frans Verhoef. Zijn zoon nam de sport ook van hem over. Rechts naast burgemeester de Ridder (met bril, burgemeester van 1966-1978) staat voorzitter Nico Stolk.

Het gebouwtje aan de Plataanstraat, met de toren van de oude brandweerkazerne aan de Jan van der Heijdenstraat. Mannen staan ervoor, gekleed in nette kleding. Het is een beeld dat de sfeer van de jaren zestig en zeventig perfect vangt: formeel, dorps, trots.
Deze foto’s vormen samen een visuele geschiedenis van De Luchtbode. Ze laten zien hoe de vereniging verweven was met het dorp, hoe de sport onderdeel was van het dagelijks leven, hoe de duivenwereld een sociale wereld was.
Cultuur van de duivensport: dorps en sociaal, voorspelbaar
De duivensport in de jaren vijftig en zestig was een sport van ritme: van wekelijkse routines, van vaste momenten, van samenkomen. Het was een sport waarin je elkaar kende, waarin je elkaar hielp, waarin je samen rekende, schreef, klokte. Het was een sport waarin kinderen meekwamen, waarin mannen aan tafel zaten, waarin manden klaarstonden. Een sport waarin de duiven het ritme bepaalden.
De vakantietijd past perfect in dat ritme. Terwijl Ambacht uitvliegt, vliegen de duiven hun eigen routes. Zonder route‑apps, zonder navigatie, zonder koffers. Ze vliegen uit. En ze komen terug.
De Reeweg – een nieuw begin (2008)
In april 2008 begon De Luchtbode opnieuw aan de Reeweg. De Lindestraat was gesloten, het oude gebouw was verleden tijd, en de vereniging kreeg een nieuwe plek. Een plek met ruimte, parkeergelegenheid, een groter gebouw en een regionale functie.
De Reeweg werd een centrum voor liefhebbers uit Ridderkerk, Alblasserdam, Zwijndrecht en natuurlijk Ambacht. Dit centrum was en is een thuiskomen voor de trouwe duivenliefhebbers Maar dat geldt ook voor de duiven zelf. In een wereld waarin alles verandert, blijft één ding hetzelfde: het instinct van de duif om terug te keren. Zolang er mensen zijn die naar de lucht kijken en hopen op dat ene stipje aan de horizon, blijft De Luchtbode bestaan.
Ging dit artikel over de geschiedenis en cultuur van De Luchtbode, het tweede artikel in deze tweeluik gaat over de "veranderde" duivensport, maar de "blijvende" verhalen.
