REGIO - Het is een heldere junimiddag wanneer dijkgraaf Jan Bonjer in een ruime vergaderkamer in Waterschapshuis van Hollandse Delta plaatsneemt voor ons gesprek. Een gesprek dat zowel terugblikt als vooruitkijkt.
De aanleiding is zijn herbenoeming voor een tweede termijn van zes jaar. Maar wie hem hoort praten, merkt al snel dat het niet gaat om een formele mijlpaal. Het gaat om een gebied dat hem raak. Het ook gaat over een organisatie, die hij zag veranderen, en een verantwoordelijkheid die hij met veel overtuiging draagt.
Rust en passie
Het eerste wat opvalt als Jan Bonjer begint te praten, is niet zijn titel, maar zijn rust. Een dijkgraaf met een regelbaar ego, noemt hij zichzelf. Dat is volgens hem iemand die verantwoordelijkheid niet zoekt om macht, maar om betekenis. Hij vertelt met passie hoe het gebied hem al sinds zijn jeugd in de greep houdt: het getij dat ademt, de kwetsbaarheid die schoonheid en dreiging tegelijk in zich draagt. Nu hij aan zijn tweede termijn begint, kijkt hij niet alleen terug op een turbulente start, maar vooral vooruit naar een Delta die opnieuw moet leren leven met water.
Van observator naar 'regelbaar ego'
Toen Bonjer in 2020 de journalistiek verliet, deed hij dat niet uit onvrede met het vak, maar uit een groeiend ongemak met de rol aan de zijlijn. “Dat weet jij ook wel. In de journalistiek observeer je, maar je draagt geen verantwoordelijkheid voor wat er in een gemeente, provincie of waterschap gebeurt,” zegt hij. De stap naar het dijkgraafschap voelde voor hem minder als een breuk dan als een terugkeer. Als kind voer hij namelijk met zijn ouders door de Biesbosch en de Zuidwestelijke Delta, ervaringen die zijn blik op waterbeheer blijvend vormden.
Ook de uitvoeringskracht van het waterschap trok hem. “Ik zou niet kunnen functioneren in een omgeving waar alleen plannen worden gemaakt, maar nooit uitgevoerd.” In het waterschap vindt hij de combinatie van denken én doen, en dat sluit aan bij zijn manier van leidinggeven. Bonjer presenteert zichzelf niet als bestuurder met grote woorden, maar als iemand met een “regelbaar ego”. “Ik heb wel tenen, maar ze zijn niet heel erg lang,” zegt hij met een glimlach. Het typeert zijn stijl: aanspreekbaar, dienstbaar, midden in de organisatie.

Typerende leidersstijl: toegankelijk en transparant
Die houding past bij een waterschap dat de afgelopen jaren een stevige cultuurverandering doormaakte. Zijn leiderschapsstijl bleef in de kern gelijk - open, relationeel, gericht op samenwerking - maar één element verschoof: zijn geduld. “Ik heb iets meer geduld gekregen. Maar besluitvorming gaat soms traag in het openbaar bestuur.” Hij verwijst naar de bekende richtlijn van de Amerikaanse ex-generaal Colin Powell: beslissen bij 40 procent informatie is roekeloos, bij 70 procent te laat. “In Nederland zijn we risicomijdend geworden. Dan ben je vaak te laat.” Het is de spanning die hij dagelijks voelt: zorgvuldigheid versus urgentie.
Crisis die karakter vroeg
Bonjers entree was explosief. Nog voor hij goed en wel begonnen was, viel het nieuwe college. De toon verhardde, persoonlijke aanvallen werden venijnig en oude frustraties uit de fusie van diverse waterschappen in 2005 borrelden opnieuw op. “Het was intensief en voor niemand leuk,” zegt hij. Toch bleef hij staan. Hij sprak mensen aan op gedrag, trok grenzen en hield vast aan één missie: het waterschap weer normaal laten functioneren. Bij zijn komst trof hij een organisatie, die naar adem hapte.
De omslag kwam niet met één klap, maar door een reeks confrontaties en keuzes. Openheid werd volgens Bonjer het draaipunt. Het Algemeen Bestuur (of: Verenigde Vergadering) voert inmiddels weer echte inhoudelijke debatten, ondanks zestien fracties. De komst van een griffier bracht structuur én rust. Voor Bonjer is deze aanpak het bewijs dat cultuur en structuur elkaar kunnen versterken. Het resultaat: herstelde verhoudingen, meer vertrouwen en een bestuur dat weer vooruit durft te bewegen. Het begint altijd met een goede cultuur,” zegt Bonjer. “Met een zwakke cultuur heb je weinig aan een sterke structuur.”

Leden van het Algemeen Bestuur (Verenigde Vergadering) in maart 2023
Trots: normalisatie en herstel van vertrouwen
Een specifiek moment waarop hij trots is, kan hij niet aanwijzen. “Het is het geheel dat telt. Op een gegeven moment merk je: het wordt opener, het gaat beter functioneren, mensen weten elkaar te vinden,” zegt hij. “En extern: we worden weer gevraagd. De buitenwereld merkt dat het bij ons weer loopt.” Het waterschap, dat een tijdlang vooral met zichzelf bezig was, staat weer in verbinding met gemeenten, veiligheidsregio’s en andere partners. Dit herstel van vertrouwen ziet hij als één van de belangrijkste resultaten van zijn eerste termijn.
Tweede termijn: fascinatie én kwetsbaarheid
Zijn herbenoeming voelt voor Bonjer als bevestiging én opdracht. In zes jaar groeide zijn besef van hoe fascinerend, maar vooral hoe kwetsbaar het gebied is. Met de vele overslag- en oliebedrijven in Europoort, Botlek en Maasvlakte is weerbaarheid geen abstract begrip. Daarom investeerde hij zwaar in samenwerking met veiligheidsregio’s en Defensie. De crisisorganisatie van het waterschap is vernieuwd en sluit nu naadloos aan op die van de veiligheidsregio’s. “We spreken dezelfde taal. Dat is cruciaal als het erop aankomt.”
Wanneer grote militaire transporten via Rotterdam of Vlissingen lopen, kan de A15 of een tunnel zomaar tijdelijk wegvallen. In het Zuid-Hollandse 'eilandenrijk' betekent dat directe kwetsbaarheid: bruggen en tunnels kunnen verstopt raken of uitvallen. Ook de luchtverdediging is een aandachtspunt, omdat cruciale infrastructuur gevoelig is voor aanvallen met drones of raketten. Juist die kwetsbaarheid zet hem aan om de weerbaarheid van het gebied te versterken.

Haringvlietbrug: kwetsbare infrastructuur, maar strategische aanvoerroute
Kwetsbare eilanden, kritieke energie
De energievoorziening bleek opnieuw een zwakke plek. In december 2024 draaiden de gemalen op volle kracht door hoge rivierafvoer en storm, waarna Stedin het waterschap wees op het extreme stroomverbruik. “Toen zijn we om tafel gegaan,” zegt Bonjer. “We kijken nu hoe we slimmer met beschikbare stroom omgaan.” Daarom moeten volgens hem noodpompen, aggregaten en materialen per eiland beschikbaar zijn. De middelen worden verspreid over alle zeven Zuid-Hollandse eilanden, zodat het waterschap kan handelen als verbindingen uitvallen. “Dat is het kenmerk van een eilandenrijk: bruggen en tunnels kunnen onbruikbaar zijn.” De boodschap is nuchter én duidelijk: de Delta is prachtig, maar kwetsbaar.
Regie over de ruimte: een spel van samenwerking
Als Bonjer over ruimtelijke ordening spreekt, wordt hij zichtbaar alerter. De vraag die hij in 2021 stelde — wie voert eigenlijk de regie over de ruimte? — is alleen maar urgenter geworden. De Omgevingswet verdeelt het speelveld scherp: gemeenten maken het omgevingsplan, provincies de omgevingsverordening. Waterschappen hebben slechts de waterschapsverordening, een instrument dat volgens Bonjer “kansen biedt om effectiever te sturen op ruimte voor water, maar nog te weinig wordt benut.” De waterschapsverordening heeft namelijk geen directe sturing op ruimtelijke functies. Ze beschermt waterbelangen binnen de fysieke leefomgeving, maar bepaalt niet welke functies (wonen, landbouw, industrie, natuur) waar mogen komen.
Juist daarom moet Hollandse Delta vroeg in processen aan tafel zitten. Niet als roepende vanaf de zijlijn, maar als kennispartner die meedenkt voordat de kaarten zijn geschud. Want als het waterbelang pas laat in beeld komt, is het vaak te laat. De regie ligt dus nooit bij één partij, maar in de samenwerking tussen velen en precies daar probeert Bonjer het waterschap stevig te positioneren.
Drijvend bouwen: leren leven met water
Wie met Bonjer praat over de toekomst van wonen, merkt dat hij niet bang is om buiten de gebaande paden te denken.
Drijvend bouwen, bijvoorbeeld: een idee dat in Nederland nog altijd meer wenkbrauwen dan woningen oplevert. Maar voor Bonjer is dat geen curiositeit, maar een logische stap in een land dat steeds dieper onder de zeespiegel zakt. “We zijn opgegroeid met het idee van maakbaarheid,” zei hij eerder. “De mens is meester over de natuur. Dat is niet zo’n verstandige benadering voor de komende eeuw.”
Hij pleit voor een mentaliteitsverandering: niet langer vechten tegen het water, maar ermee meebewegen. Bouwen met de natuur in plaats van ertegenin. Het is een gedachte die past bij een gebied waar veel snelwegen onder NAP liggen en waar evacueren minder vanzelfsprekend is dan mensen denken. Drijvend bouwen is voor hem geen romantisch toekomstbeeld, maar een nuchtere constatering: als het water komt, moet je blijven kunnen wonen.

Fictief beeld van drijvend wonen
Aan de kust gebeurt hetzelfde: in de Springertduinen in de kop van Goeree-Overflakkee wordt ingezet op natuurlijke duingroei. Hierdoor versterken wind en zand het duin zelf en groeit de kustveiligheid mee.

Met het water meebewegen: bij Spingertduinen wordt ingezet op natuurlijke duingroei
Van afvoeren naar vasthouden
Nederland is eeuwenlang ingericht op één reflex: water zo snel mogelijk afvoeren. Maar dat tijdperk loopt af. De Delta moet veranderen in een water vasthoudende samenleving. “We moeten nadenken hoe we water opvangen, vasthouden en hergebruiken,” zei Bonjer eerder. Die omslag is niet alleen technisch, maar vooral cultureel: boeren moeten anders met hun land omgaan, gemeenten moeten ruimte reserveren voor water en inwoners moeten waterberging zien als bescherming, niet als overlast.
Hollandse Delta werkt ondertussen aan pilots voor waterberging in het landelijk gebied, het vasthouden van regenwater in natte periodes en slimme sturing van gemalen om piekbelasting te voorkomen. Het zijn stappen in een lange transitie, maar volgens Bonjer onvermijdelijk. “Je kunt niet blijven doen wat je altijd deed,” zegt hij. “Het klimaat verandert sneller dan onze reflexen.”
Vooruitkijken: grote uitdagingen tweede termijn
De komende zes jaar ziet Bonjer een reeks opgaven die elkaar versterken én compliceren:
1. Stijgende zeespiegel, die de Delta structureel onder druk zet
2. Energiekwestbaarheid, zichtbaar geworden toen gemalen in 2024 overuren draaiden
3. Personele tekorten, die de uitvoeringskracht beperken
4. Oplopende kosten, die keuzes scherper maken
5. Botsende belangen tussen natuur, landbouw, stedelijke ontwikkeling en waterveiligheid
Het is een cocktail die gemakkelijk tot polarisatie kan leiden. Maar Bonjer kiest voor een andere route: openheid, respect en focus op inhoud. “Altijd op de inhoud en verder komen,” zegt hij. Het is dezelfde houding die hem door de bestuurscrisis van zijn eerste maanden loodste en die nu richting moet geven aan een Delta die voor grote keuzes staat.
Nalatenschap: wat blijft er achter?
Wat hoopt hij dat mensen over tien jaar zeggen over zijn periode als dijkgraaf? Niet dat hij de boel heeft omgegooid. Niet dat hij de grootste plannen had. Maar dat Hollandse Delta weerbaar is geworden. Dat de bestuurscultuur open en professioneel is gebleven. Dat het waterschap klaarstaat voor de uitdagingen van een veranderend klimaat. En misschien vooral: dat zijn liefde voor het gebied, de rivieren, het getij, de eilanden, zichtbaar is geweest in alles wat het waterschap deed.
Kortom: Een dijkgraaf met een regelbaar ego, die de Delta niet naar zijn hand wilde zetten, maar wilde helpen haar toekomst te vinden.
_edited-L.jpg)
Jan Bonjer, samen met zijn waterschap, op weg naar een toekomstige (infra)structuur waar wind, water, weerbaarheid én wilskracht dezelfde richting kiezen.