HENDRIK-IDO-AMBACHT - De Buuf is in korte tijd uitgegroeid tot één van de meest betekenisvolle plekken van Hendrik-Ido-Ambacht. Na het sluiten van de kringloopwinkel van Jan-Anne Slot, is de Buuf inmiddels een wijkcentrum geworden waar honderden inwoners per maand binnenlopen voor ontmoeting, creativiteit en steun. Of: simpelweg een plek waar ze gezien worden. Het verhaal van De Buuf is het verhaal van een dorp dat elkaar weer weet te vinden. Het is een initiatief dat veel groter werd dan de oprichters ooit hadden voorzien. Daarom een interview met één van de oprichters: Jan-Anne Slot.
Toen de kringloopwinkel in 2022 moest sluiten door een explosieve huurverhoging, besloten Slot en zijn vrouw het plan op te pakken dat al jaren in hun achterhoofd zat. “We hebben altijd een hart voor mensen gehad,” zegt hij. “Toen de winkel wegviel, wilden we eindelijk het ontmoetingshuis beginnen waar we al sinds 2015 over spraken.” Het woord ‘ontmoetingshuis’ klonk te oubollig, maar via Hardinxveld-Giessendam ontdekten ze het concept ‘deelcafé’: een plek waar mensen koffie drinken, elkaar ontmoeten en niets hoeven. “We schenken geen alcohol. Het gaat om contact, niet om horeca.”

Vanaf het begin bleek er enorme behoefte aan zo’n plek. De activiteiten schoten als paddenstoelen uit de grond. Het schildercafé begon ooit met drie mensen, maar zit inmiddels vol. Het muziekcafé startte met twee muzikanten en telt nu ruim twintig zangers en spelers die wekelijks samenkomen. De blokhut, ooit leeg, is nu een bruisende plek waar kinderen hun verjaardag kunnen vieren als thuis het geld ontbreekt. “We geven ze drinken en iets te snoepen. Het kost ons weinig, maar voor die kinderen betekent het alles,” zegt Slot.
De Buuf is bewust neutraal. Slot is zelf gelovig, maar wil geen drempels opwerpen. “Als je er een christelijke identiteit op plakt, durven sommige mensen niet binnen te stappen. Ze denken dat je ze bij een club wil halen.” Toch komen ze uit alle hoeken: reformatorisch, evangelisch, ongelovig, moslim. Maar als het gesprek op dit onderwerp komt, is dat prima.”

De bezoekers komen niet alleen voor gezelligheid. De Buuf is voor sommigen een laatste houvast. Een vrouw met een dementerende man die thuis geen aanspraak meer heeft. Ouderen die hun partner verloren. Jongeren die vastlopen. “We zeggen altijd: niemand zit alleen, tenzij ze dat willen,” zegt Slot. Vrijwilligers schuiven aan, luisteren, verbinden. Soms met onverwacht resultaat: een 90-jarige weduwnaar met een cabrio vond via De Buuf iemand die weer met hem wil toeren. “Dat soort dingen gebeuren hier gewoon.”
De presentatie van De Buuf laat zien hoe breed het aanbod inmiddels is. Naast de creatieve en sociale activiteiten zijn er diepgaande workshops voor mensen met verlieservaringen, trauma’s, burn-outklachten of langdurige stress. Deze worden geleid door gepensioneerde professionals die hun expertise vrijwillig inzetten. Ouders van hoogbegaafde kinderen vinden er herkenning en steun in speciale gespreksgroepen.
Voor jongeren werkt De Buuf samen met METS: karaokeavonden, meidenavonden en themabijeenkomsten over schulden of mentale gezondheid worden door jongeren zelf georganiseerd, met begeleiding vanuit het wijkcentrum. Kinderen hebben een vaste plek op woensdagmiddag, waar twee gepensioneerde kleuterjuffen spelletjes doen, knutselen en voorlezen. Op vrijdagochtend is er voorlezen bij de open haard en elke eerste vrijdagmorgen van de maand worden er kinderliedjes gezongen onder begeleiding van gitaarmuziek. Verder zijn er regelmatig poppenkastvoorstellingen of knutseldagen.

De Buuf werkt intensief samen met tal van organisaties: Vluchtelingenwerk, de bibliotheek, METS, de voedselbank, het Interkerkelijk Diaconaal Beraad, Stichting MEE, het Sofia Sociaal Team en zelfs de afdeling duurzaamheid van de gemeente. Elke twee weken houdt een adviseur van het sociaal wijkteam spreekuur in De Buuf voor hulp bij financiën, toeslagen of schuldsanering. Daarmee vervult De Buuf een rol die normaal gesproken door professionele welzijnsorganisaties wordt ingevuld.
De cijfers onderstrepen de groeiende betekenis. In 2023, het startjaar, kwamen er 2204 bezoekers. In 2024 steeg dat naar 7517. In 2025 staat de teller tot september al op 8640! Het aantal volwassenen per maand groeide van 426 naar 749; het aantal kinderen van 125 naar 213. De Buuf is daarmee één van de drukstbezochte sociale plekken van het dorp. De Buuf rekent voor dat jaarlijks duizenden inwoners direct of indirect profiteren van De Buuf. Minder eenzaamheid, meer veerkracht, meer inclusie, meer vrijwilligerswerk, meer leefbaarheid en minder druk op zorg en hulpverlening: het zijn effecten die normaal gesproken veel geld kosten in de welzijnssector.
Ondertussen trekt de gemeente jaarlijks € 20.000 uit voor huiskamers van de wijken waar volgens Slot “geen hond komt. Wij hebben ons aangemeld om huiskamer van de wijk te worden, maar er is nooit op gereageerd.”

Toch gloort bij Slot hoop sinds burgemeester Patrick van der Giessen langskwam. “Hij zei: ik kan niks beloven, maar ik kan wel vragen stellen. Dat gaf me hoop.” Ook verschillende fractievoorzitters bezochten De Buuf en reageerden enthousiast. Maar Slot blijft nuchter: “Patrick alleen heb ik niks aan. Het gaat om de gemeenteraad.” Doordat Slot met verschillende raadsleden sprak, houdt hij hoop dat de gemeente De Buuf wil erkennen als welzijnsorganisatie, zodat het werk duurzaam kan worden voortgezet. Niet om volledig afhankelijk te worden van subsidie, maar om het gat van enkele honderden euro’s per maand te dichten dat nu uit privéfinanciën wordt bijgepast.
De toekomstplannen zijn ambitieus: buurtontbijten, betaalbare diners voor minima en eenzamen, een wijkterras, cultuuravonden, ontmoetingsmomenten voor alleenstaande ouders en zelfs een hangcafé voor thuiszittende kinderen. Alles gericht op één doel: mensen bij elkaar brengen.

Slot zegt het met de nuchterheid van iemand die al veel heeft meegemaakt, maar nog altijd gelooft in de kracht van ontmoeting. “We hebben dit met liefde opgebouwd, maar je moet ook nuchter zijn. Op een gegeven moment houdt het op. ”Het zou zonde zijn als zo’n plek verdwijnt. Hier gebeurt het wél.”
