Patrick van der Giessen: “Wil groeien als karakterburgemeester”; Een interview over relativering, humor, traditie en dagelijkse praktijk
HENDRIK-IDO-AMBACHT - Wie de werkkamer van burgemeester Patrick van der Giessen binnenstapt, merkt meteen dat dit geen gewone werkplek is. Achter het bureau strekt zich een prachtig uitzicht uit over het Baxpark: een groenbruine oase die bijna symbool staat voor de rust, die hij in zijn werk probeert te bewaren. Van der Giessen ontvangt ons met een gulle lach en een losse opmerking, alsof we niet bij een burgemeester maar bij een goede buur op bezoek zijn. Het decor van deze werkkamer – met het park als levend schilderij – vormt de ideale achtergrond voor een openhartig gesprek over de kunst van relativeren, humor, sturing, openbare orde en ‘Ambachter onder de Ambachters’.

Prachtig uitzicht vanuit de werkkamer over een deel van het Baxpark
Hij benadrukt dat hij geen ‘geboren burgemeester’ is. “Die bestaan wel, maar ik noem geen namen,” voegt hij lachend toe. Zijn ambitie is om te groeien als wat hij zelf noemt een karakterburgemeester: iemand die zichzelf blijft en de menselijke kant van het ambt laat zien. “Het mag wat natuurlijker worden. Meer van mij als persoon in het burgemeesterschap.”

Van der Giessen: relativerende, humorvolle karakterburgemeester
Humor speelt een belangrijke rol in zijn werk. In ons interview van vorig jaar gaf hij dat nadrukkelijk aan. Dat leidde tot een motie van de grootste fractie over ‘meer humor in de raad’. Hoewel de motie werd verworpen, vond Van der Giessen het een waardevol signaal. “Humor is relativerend. Ik mis dat soms bij onderwerpen als afval of opvang van asielzoekers. Een grapje kan zoveel lucht geven.”
Hij ziet humor als een jonger broertje van relativeringsvermogen. “Dat zou iedereen moeten hebben. Sociale media hebben dat deels weggenomen, want mensen leven nu in hun eigen bubbel en in hun eigen gelijk. Deze media waren wat mij betreft liever nooit uitgevonden! Als iedereen zou relativeren, zou de wereld er een stuk beter uitzien.”
Toch merkt hij dat humor in zijn eigen werk soms wegsijpelt. “Het leven is als burgemeester vaak erg serieus. Met mijn humor breek ik soms het ijs in gesprekken. Dit schept DNA, lucht en ruimte voor relativering. Dat vind ik belangrijk erin te houden, ook in mijn rol als burgemeester.”

De raadsvoorzitter pakt met veel plezier de naambriefjes voor een hoofdelijke stemming tijdens een gemeenteraadsvergadering
Naast humor wil Van der Giessen ook meer inhoudelijke discussie stimuleren. “Toen ik begon als burgemeester heb ik met alle raadsleden een kopje koffie gedronken. Dat ga ik na de installatie van een nieuwe raad weer doen. Het gaat dan om: wat wil jij bereiken, hoe wil je dat doen en hoe kan ik je daarbij helpen?”
Hij benadrukt dat sturing geen kwestie is van duwen, maar van vragen. “Aan de zijlijn zeg ik tegen nieuwe raadsleden: heb je hier of daar aan gedacht? Ik ben zeker niet ontevreden hoe we het nu doen. Maar ik zou graag willen dat iedereen een goede debater is of wordt.”

"Ik zou graag willen dat ieder raadslid een goede debater is of wordt"
Onlangs is het Reglement van Orde gewijzigd. Daarbij is de betekenis van het ambtsgebed ook veranderd: was dit gebed eerst onderdeel van de raadsvergadering, nu niet meer. In artikel 13 van het Reglement van Orde staat namelijk: ‘Direct voorafgaand aan de opening van de vergadering spreekt een lid van de gemeenteraad of de voorzitter op persoonlijke titel het volgende ambtsgebed uit.’
Maar hoe verhoudt dat zich tot de scheiding van kerk en staat? Van der Giessen kiest voor een persoonlijke benadering. “Ik spreek het gebed niet uit als voorzitter van de raad, wel op persoonlijke titel. Ik zie het ook als een traditie. Zoiets kan je niet zomaar afschaffen.” Hij erkent dat het schuurt. “Als ik niet-gelovig zou zijn, zou ik dat gebed niet uitspreken. Ik ben al mijn hele leven lid van de kerk en zit al 20 jaar in de raadszaal. Maar er zijn mensen bij wie het beter past om het gebed uit te spreken dan bij mij. Geleidelijk gaan we daar naartoe.”
Als eerste verandering is ervoor gekozen het gebed formeel buiten de vergadering te plaatsen. “Zo lang er nog geen opening is, is er nog geen vergadering. Daarmee is er dus sprake van scheiding tussen kerk en staat. En als de meerderheid het gunt dat de minderheid dit mag doen, dan is dat toch mooi?”
Voor Van der Giessen is relativering hier cruciaal. Het ambtsgebed is geen dogma, maar een levend verhaal dat zich aanpast aan de tijd. “Wellicht dat over tien jaar weer een discussie ontstaat en men een stapje verder gaat. Het is een verhaal dat zich ontwikkelt.”

Ambtsgebed: "Nu buiten de raadsvergadering; geen dogma, maar traditie die mogelijk geleidelijk afgeschaft wordt"
Vrijwilligerswerk is een onderwerp dat de burgemeester steeds terug laat komen in zijn speeches. “Als ik meer tijd had, zou ik me richten op jongeren. Je moet ervaren hoe goed het is om vrijwilliger te zijn.” Hij herinnert zich hoe hij vroeger samen met de raadsleden Johan Buitendijk en André Flach langs verenigingen ging om vrijwilligers te werven. “Dat lukt mij nu niet meer. Maar ik gun jongeren ook te ervaren hoe waardevol het is om iets voor een ander te doen.”
Voor de burgemeester is vrijwilligerswerk een stille kracht in de samenleving. Het draagt bij aan verbinding én relativering. “Als je vrijwilliger bent, leer je dat het niet altijd om jezelf draait. Dat geeft lucht en perspectief.”

Vrijwilligerswerk is de stille kracht in de samenleving
Fatbikers
Een actueel punt in de handhaving van de openbare orde is het gedrag van jonge fatbikers. Meldingen van intimiderend en roekeloos rijgedrag komen vaak voorbij op sociale media, vooral rond de Sophiapromenade. Van der Giessen ziet de zorgen en benadrukt dat de bevoegdheden van de gemeente hierin beperkt zijn. “We kunnen als gemeente geen regels stellen hiervoor. Dat moet van het Rijk komen. Want als je als gemeente iets doet wat niet mag volgens de landelijke regels, dan zegt de rechter: streep erdoor.”
Hij volgt de landelijke discussie nauwlettend. “Amsterdam probeert nu zeker iets en als dat werkt, nemen wij het over. Er moet iets gebeuren, maar dat moet het Rijk doen. Handhaving is dan ook een probleem. Het is een lastig onderwerp, maar we kijken wat er landelijk gebeurt en passen dat toe waar het kan.”

Cameratoezicht bij de Sophiapromenade
Om Nederlanders voor te bereiden op noodsituaties stuurt de overheid ruim 8,5 miljoen huishoudens het informatieboekje Bereid je voor op een noodsituatie toe. Met praktische tips en voorbeelden helpt het boekje om het bij een noodsituatie 72 uur thuis vol te houden.
Van der Giessen erkent dat hierbij een rol ligt voor de gemeente, al schuift de rijksoverheid vaak nieuwe taken door naar het lokale bestuur. “We moeten de gaten dichten die nog open zijn,” zegt hij, maar of de middelen die meekomen voldoende zijn, moet nog blijken. Bij complexe scenario’s, zoals het idee van schuilen in tunnels of parkeergarages, plaatst hij kanttekeningen. “Ambacht heeft ongeveer 35.000 inwoners, dat wordt dan dringen geblazen. Ik zie niet hoe dit hier kan werken.” Voor zulke vraagstukken ziet hij vooral een taak voor het Rijk. “De gemeente kan dat absoluut niet. Het Rijk moet hierin het voortouw nemen. Daarbij moeten wij niet paniekeren.”

Eerder gaf Van der Giessen al aan dat sociale media de relativering uit de samenleving hebben gehaald. Hij ziet dat terug in kleine voorbeelden. “Polarisatie zien we in de samenleving, het gebeurt,” zegt hij. In de bouw-app van de Laan van Welhorst zag hij bijvoorbeeld drie duimpjes naar beneden bij het bericht dat de straat eerder in gebruik werd genomen. “Dat was een positief bericht: eerder open, minder lang overlast. Toch kreeg het ook een negatieve beoordeling. Het frustreert mij dan dat dat niet voor alle Ambachters goed nieuws is. Ook zijn er mensen die de overheid niet vertrouwen. Daarbij vraag ik mij af: Hoe kan je die mensen nu tevreden krijgen? Dat voelt als een achterhoedegevecht.”

Aan het werk bij de Laan van Welhorst
Door al die negativiteit kijkt de burgemeester zelf nauwelijks op Facebook. Hij betreurt het dat het vaak gaat om mensen die ook het gesprek niet willen aangaan. “Dat is jammer. Sociale media schrijven soms zelfs over gezinnen van burgemeesters of wethouders. Maar dat zijn ook gewoon mensen.”
Naast zijn formele rollen blijft Van der Giessen vooral burgervader. Vanaf zijn installatie heeft hij 48 keer echtparen bezocht die 50 jaar waren getrouwd, 21 keer 60-jarige huwelijken, 11 maal 65-jarige huwelijken, 3 maal zelfs die 70 jaar in de ‘echt’ waren verbonden. En één keer bezocht hij een 100-jarige Ambachter. “Daar hadden we leuke gesprekken,” zegt hij. “Dat blijven bijzonder momenten. Niet al deze bezoeken zijn zichtbaar. Niet iedereen wil op de foto, zeker de oudere stellen niet. Dat is een persoonlijke keuze.”
Hij geniet ook van bijeenkomsten met vrijwilligers of jubilea van verenigingen. “Het zijn de momenten waarop je echt Ambachter onder de Ambachters bent. Dat is een belangrijk onderdeel van hoe ik mijzelf zie als burgemeester van Ambacht."

Toespraak op Koningsdag 2025
Foto's: Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, Cees van Meerten, Archief Ambacht.net, Facebook D66, Facebook Gemeente Belangen