De lokale democratie in onze gemeente kabbelt doorgaans rustig voort. Raadsvergaderingen verlopen volgens vaste en voorspelbare patronen, besluiten worden zorgvuldig gewogen. De regels van het politieke spel lijken veilig in beton gegoten. Maar heel soms zijn er van die momenten waarop de politieke machine even hapert.
Niet verkiesbaar, toch commissielid
Zo’n moment deed zich voor bij de start van de nieuwe raadsperiode op 1 april jl. Twee nieuwe burgerraadsleden werden namens de gecombineerde fractie GroenLinks/PvdA geïnstalleerd. Tot zover klinkt er weinig buitensporigs; burgerraadsleden zijn immers onmisbare krachten die de lokale fracties ondersteunen en het omvangrijke politieke werk behapbaar houden. Maar er was iets bijzonders aan de hand met dit duo: één van hen stond niet op de kieslijst. Deze persoon stond niet hoog op de lijst, niet laag, fungeerde niet als bekende lijstduwer en zat niet op een reservebank. Hij stond er simpelweg helemaal niet op.
Marathon zonder startnummer
Voor de argeloze toeschouwer vanaf de publieke tribune lijkt zoiets misschien een onbeduidend administratief detail, een klein rimpeltje in de vijver van de lokale politiek. Maar stel je eens voor dat je als trouw partij- of raadslid wél op die kandidatenlijst stond. Je hebt gefolderd, je hebt het partijprogramma hartstochtelijk verdedigd. Je hebt maandenlang getraind voor een democratische marathon, vurig hopend op een actieve rol in de politieke arena.
En dan, op de dag van de installatie, zie je hoe iemand zonder startnummer vrolijk over de finish wandelt. Dat is niet alleen een bestuurlijke verrassing; het kan voor degenen die wél de moed hadden om hun naam aan het oordeel van de kiezer over te laten, voelen als een koude douche. Het raakt aan de kern van wat we binnen een partij verstaan onder loyaliteit en eerlijkheid.
De ontdekking onder de motorkap
Hoe kan zoiets juridisch en bestuurlijk standhouden in een rechtsstaat, die bol staat van wetten, regels en strikte protocollen? De zoektocht naar het antwoord leidt ons rechtstreeks naar het fundament van het lokale recht: de verordeningen van de gemeente. In Ambacht is de structuur zo ingericht dat de voorwaarden voor de commissieleden zijn vastgelegd in de Verordening voor de raadscommissies Hendrik-Ido-Ambacht. En precies daar stuiten we op het detail dat dit verhaal fascinerend maakt.
In de huidige verordening, in het bijzonder in Artikel 5 lid 2 is te lezen dat een raadscommissie bestaat uit raadsleden of burgerraadsleden. De fracties mogen maximaal 3 burgerraadsleden voordragen: “Commissieleden zijn raadsleden of door de raad benoemde burgerraadsleden. De fracties mogen maximaal 3 burgerraadsleden voordragen.”
Het staat de dus fracties volledig vrij om te bepalen wie er namens de fractie een commissievergadering bijwoont. Een fractie bepaalt ook de definitie van een burgerraadslid (wel of niet op de kandidatenlijst). Een wijdverbreide 'poortwachtersregel' is volledig afwezig. De eis dat een fractie uitsluitend personen mag voordragen die op de laatstgehouden kandidatenlijst stonden ontbreekt in dit artikel.

Het gemeentehuis weerspiegelt rust tot je ontdekt dat de echte rimpels niet in de (kweek)vijver zitten maar in de verordening
Geen debat over toelatingseisen
Toegegeven: uiteindelijk beslist de raad of deze commissieleden worden toegelaten, maar de fracties dragen hun kandidaten zelfstandig voor. Ambacht heeft de afgelopen jaren de integriteitsregels, de geheimhoudingsvereisten en de formele installatieprocedure voor burgerraadsleden stevig verduidelijkt en geprofessionaliseerd. Er is echter nooit een fundamenteel politiek debat gevoerd over een inhoudelijke koerswijziging om de toegang wat betreft de kieslijst juist strenger of soepeler te maken. Men heeft de poort administratief verstevigd. Het lijkt er ook op dat men de achterdeur voor niet-gekozen talent bewust open heeft laten staan.
Tijdens de behandeling van de vernieuwde Verordening in de raad of raadscommissie in 2025 is er destijds werkelijk geen enkel politiek debat aan gewijd. Geen kritische vragen van de oppositie, geen heldere toelichting waarin de raad werd gewezen op het feit dat hier een wezenlijke democratische drempel ontbreekt. Pas toen de wind plotseling vrij spel kreeg en de onbekende gezichten op de commissiestoelen plaatsnamen, merkte men op wat er onder de motorkap was veranderd. Het gevolg is nu zelfs dat een raadslid dat zich afgescheiden heeft van een fractie (Gemeente Belangen) nu ook een burgerraadslid heeft. Dit burgerraadslid, dat stond op de kandidatenlijst van GB, scheidde zich ook van diezelfde fractie af.
Hoe anders was de situatie in 2004/2005, die ik beschrijf in mijn boek "Politiek Ambacht: een schets van het poliitieke landschap van 1918-2018." Toen scheidde ook een raadslid van Gemeente Belangen af. Het ging om Max van der Stelt, die in 2005 verder als "Lijst Van der Stelt", maar de meerderheid van de raad geen burgerraadslid hebben. Volgens deze meerderheid was dit in strijd met de geest van de Verordening van de gemeenteraad. Letterlijk stond in de toenmalige Verordening dat dit lid op een lijst van een politieke groepering moest staan. Het CDA en de toenmalige burgemeester hadden er geen moeite mee. Volgens de meerderheid "moeten we echter voorkomen dat we bij andere partijen kandidaten willen ronselen."

Adviezen VNG en NVR
Wat deze situatie extra betekenis geeft, is dat Ambacht niet de enige gemeente is die worstelt met de vraag wie er eigenlijk burgerraadslid mag worden. De VNG‑modelverordening uit 2022 gaat uit van een lijstplicht als uitgangspunt, maar laat gemeenten expliciet de ruimte om die eis los te laten. Het model noemt zelfs een derde categorie: buitengewone leden, inwoners die niet op de lijst stonden maar vanwege 'deskundigheid' kunnen worden benoemd. Ambacht heeft dus precies gedaan wat het model toestaat — alleen zonder dat iemand het hardop zei.
Dat deze situatie in Ambacht voor verbaasde gezichten zorgt, is niet vreemd als we over de gemeentegrenzen heen kijken. De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVR) adviseert in haar handreikingen nadrukkelijk om een heldere, openbare visie te ontwikkelen over het burgerraadslidmaatschap. Moet de kiezer in het stemhokje de kans hebben gehad om te zien wie hem/haar vertegenwoordigt?

Drechtsteden: dezelfde regio met zes verschillende regels en zes verschillende stoelen in het lokale democratische landschap
Lappendeken in Drechtsteden
Ik weet niet of gemeenten in de Drechtsteden dit advies hebben opgevolgd. Feit is dat in onze regio er een bonte lappendeken aan regels bestaat. Elke gemeente spreekt haar eigen bestuurskundige dialect, variërend van de uiterst strenge lijn tot de absolute openheid.
Neem onze buren in Papendrecht. Daar is de kieslijst nog onwrikbaar heilig. Artikel 3 van hun verordening stelt klip-en-klaar dat je alleen tot ‘duoraadslid’ benoemd kunt worden als je netjes op de kandidatenlijst van de laatstgehouden verkiezingen stond. Punt.
In Zwijndrecht gaan ze nog een stapje verder. Daar geldt niet alleen de harde eis dat een burgerraadslid op de kandidatenlijst moet hebben gestaan, maar moet de kandidaat ook nog eens een schriftelijke eed of belofte overleggen aan de burgemeester. Maximale transparantie en formele verankering dus.
Dordrecht hanteert een pragmatische, ‘seizoensgebonden’ tussenweg. In principe hoef je daar niet op de lijst te staan om als commissielid namens een fractie het woord te voeren. Het Presidium heeft echter bepaald dat de lijstplicht wél onverkort geldt in de laatste zes maanden voorafgaand aan de nieuwe raadsverkiezingen. Een slimme move om te voorkomen dat er in het zicht van de haven plotseling allerlei strategische buitenstaanders worden ingevlogen. Overigens hebben ze in Dordrecht ook direct dichtgetimmerd dat afgesplitste raadsleden géén commissieleden mogen aanwijzen. Wel zo rustig voor de bestuurbaarheid.
En dan hebben we Sliedrecht en Alblasserdam nog. Sliedrecht heeft de deuren wijd opengezet voor iedereen die in het dorp woont en geen verboden bijbaan heeft; een kandidatenlijst is daar nergens te bekennen in de voorwaarden. Alblasserdam maakt het pas echt bont met een soort politieke escape room-formule : daar mogen maximaal twee van de drie commissieleden van buiten de kandidatenlijst worden aangetrokken. Een ingewikkelde rekensom die gedurende de hele raadsperiode geldt.
Overzicht Drechtstedengemeenten


Drechtsteden: één regio van boven, zes routes eronder
Van Tholen tot de Krimpenerwaard
Kijken we nog iets verder buiten onze eigen regio, dan zien we dezelfde spagaat. In Tholen houdt men vast aan democratische traditie. Commissieleden moeten op de lijst hebben gestaan. Pas in het allerlaatste jaar voor de verkiezingen knijpt men er een oogje toe en mag een fractie welgeteld één buitenstaander aanwijzen.
In de Krimpenerwaard kiest men daarentegen voor de route van de open sollicitatie. Daar hoeft een commissielid in het geheel niet op de kieslijst te hebben gestaan, zolang de fractie maar vindt dat deze persoon de juiste pet op heeft. Legitimiteit wordt daar niet bepaald door de kiezer in het stemhokje, maar door de politieke partij aan de vergadertafel.
Kiezerslegitimiteit versus de frisse blik
Het grote argument om de lijstplicht los te laten, is vaak de roep om expertise en flexibiliteit. Soms heeft een partij behoefte aan een specifieke deskundige op het gebied van bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, die simpelweg geen zin had in een intensieve verkiezingscampagne. Door de regels te versoepelen, haal je die frisse blik moeiteloos binnen.
De schaduwzijde laat zich echter raden: het uithollen van de kiezerslegitimiteit. Als inwoner stem je op een partij én op de mensen die herkenbaar op het stembiljet staan. Je mag verwachten dat de gezichten die je in de campagne ziet, ook de gezichten zijn die namens jou aan de raadstafel zitten. Wanneer partijen na de verkiezingen naar eigen goeddunken wildvreemden op commissiestoelen kunnen schuiven, wordt de lokale democratie er voor de burger niet overzichtelijker op.

Beëdiging burgerraadsleden 1 april 2026
De echte vraag: wat wil Ambacht zelf?
De Gemeentewet zwijgt, de commissieverordening van Ambacht zwijgt ook, en de VNG‑modelverordening laat de deur bewust op een kier. Wat er op 1 april in Ambacht gebeurde, was geen bestuurlijke ramp. Het was wel een belangrijk signaal. Ambacht staat nu op een interessant kruispunt. Niet omdat we direct in paniek moeten raken, maar wel omdat we onszelf de vraag moeten stellen welke kant we op willen. En zet deze keuze dan op papier. Kiezen we voor de strikte herkenbaarheid en traditie van Papendrecht en Zwijndrecht? Of omarmen we de volledige, vloeibare openheid van Sliedrecht en de Krimpenerwaard? Wat zijn de grenzen? Kan bijvoorbeeld de voorzitter van een lokale afdeling, waarvan de echtgenote raadslid is, door een fractie als commissielid naar voren geschoven worden?
Niet de regels zelf bepalen immers de rust in een gemeente, maar de voorspelbaarheid ervan. En als die voorspelbaarheid even wankelt, is het de hoogste tijd dat onze volksvertegenwoordigers het debat alsnog gaan voeren. Voordat de volgende politieke verrassing zich aandient. Dat voorkomt dat kandidaten, die zich gepasseerd voelen, gefrustreerd afhaken.

Twee beëdigde burgerraadsleden (met bloemen) 6 mei 2026