dinsdag 3 augustus 2021

Alles over Ambacht

Nieuw bestuursmodel: meer maatwerk en minder bestuursdruk?
22
dec

Nieuw bestuursmodel: meer maatwerk en minder bestuursdruk?

2020 was een heftig jaar: het zal de geschiedenis ingaan als het coronajaar, het jaar van het online vergaderen, met als bijvangst dat u kunt meegenieten van smakelijke taferelen. Denk aan het interieur van de (zolder)kamers van raadsleden en bestuurders. Of: aan raadsleden en de raadsvoorzitter, die -met mondkapje af-  in de raadzaal een taartje oppeuzelden. Of aan raadsleden onhandig gebruik maken van een mobiel bij het oplezen van hun tekst. Een tikje op een verkeerd knopje van het mobieltje en de tekst is weg. Dit alles zag ik tijdens de laatste Ambachtse raadsvergadering in dit jaar. Vermakelijk theater in de raad dus!

Bestuurlijk was 2020 een opvallend jaar. Het meest opvallend vond ik wel de “opheffing”, anderen zeggen “een doorstart” of  “transformatie” van het Drechtstedenmodel. Op 1 december 2004 kwam de Drechtraad voor het eerst bij elkaar. Ik kan me goed herinneren dat er op 5 november 2004 zelfs een voorbereidende vergadering was. Hierin voerden bekende PvdA-raadsleden als mevr. Van de Bergh (Dordrecht) en Cardon (Alblasserdam) het woord. Bij een peiling bleek destijds dat een zeer grote meerderheid van de aanwezige raadsleden vond dat de Drechtraad helpt om "de regio op de kaart te zetten". De meerderheid was het toen ook eens met de stelling ‘de Drechtraad is de raad van de gemeenteraden!’

Feestje
In juni 2017 bestond Drechtraad 12,5 jaar en toen was nog veel enthousiasme. Zo las ik dat “de tevredenheid over de regionale samenwerking in de Drechtsteden groot is, zo bleek op het feestje van bestuurders en volksvertegenwoordigers in Alblasserdam. Op de stelling “Onze regionale samenwerking is succesvol en verdient navolging” gingen veel groene kaarten in de zaal omhoog.”  Ook het voormalig Drechtraadslid, en tegenwoordig kandidaat-voorzitter van de SGP,  Dick van Meeuwen,  was in 2017 een voorstander: “Door de samenwerking kun je ook zelfstandig blijven”. Regionale samenwerking in de Drechtsteden heeft de verkokering verminderd, aldus Van Meeuwen. “Je leerde denken over je eigen grenzen heen. Wij-zij werd ons-denken”. En zal nu het rondreizende ‘regioparlement’ met ingang van 1 januari 2022 worden opgeheven.

Rijnmondraad
De Drechtraad doet me denken aan de periode van de Rijnmondraad, die als 1964 als bestuurlijk experiment werd ingesteld en 1986 werd opgeheven. Deze raad, die werd gekozen door de bewoners in de regio, verdween uiteindelijk door grote spanningen tussen de doelstellingen van de gemeente Rotterdam en het bestuur van de Rijnmondraad.

Wat is er tussen in 2017 en 2020 gebeurd, om tot ontbinding van het huidige Drechtstedenmodel te komen? Ik heb in eerdere columns al geschreven dat het bestuurlijke eiland van “Drechtsteden” nogal los staat van de beleveniswereld van veel gemeenteraadsleden van de Drechtsteden-gemeenten. En de inwoners van de Drechtsteden hadden er al helemaal niets mee…  Bovendien gebeurde het weleens dat een wethouder van een gemeente, die ook portefeuillehouder in het Drechtstedenbestuur was, in beide rollen een verschillend standpunt innam: “ik spreek nu als portefeuillehouder”….. 

Drechtstedenmodel af-geflacht/afgevlakt
Wellicht was het (on)officiële kantelpunt  van de ontmanteling van het huidige Drechtstedenbestuur wel de afstudeerscriptie van André Flach, de portefeuillehouder van financiën in het dit bestuur -en tegenwoordig ook officieel kandidaat-SGP-Kamerlid. Een boeiende scriptie uit februari 2018, temeer omdat auteur tegelijkertijd een belangrijke bestuurder in het Drechtstedenmodel is. Een combinatie van beide rollen wekt de schijn dat de aanbevelingen weleens invloedrijker zullen zijn op het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad dan de aanbevelingen en conclusie van een externe of ingehuurde commissie. Ik begrijp dat de genuanceerde conclusie van deze scriptie was dat “dat de  samenwerking in de Drechtsteden in redelijke tot aanzienlijke mate heeft bijgedragen aan de versterking van de bestuurskracht. Daarmee lijkt het Drechtstedenmodel voldoende elementen te bevatten om een toekomstbestendig model te zijn. Maar om in de toekomst een houdbaar model te blijven is het aan te bevelen dat het Drechtstedenmodel zich door ontwikkelt en zich aanpast aan de veranderende maatschappelijke context.” Het rapport van de commissie-Deetman, dat een verandering van het Drechtstedenmodel voorstelde, kwam pas begin 2019. Dat was ruim na de publicatie van de scriptie. En zo wordt wellicht het einde van het portefeuillehouderschap met het lonkend zicht op een Kamerlidmaatschap en het einde van het Drechtstedenbestuur worden op deze manier bijna tegelijkertijd op nette manier “af-geflacht”. Een mooie transformatie! Maar dit dubbele traject heeft risico's: dat de SGP een vierde zetel krijgt is "wishful-thinking" en onrealistisch, of het nieuwe Drechtstedenmodel ("eigen gemeente eerst") zo "efficient" is en minder bestuurlijke drukte veroorzaakt is de vraag. Verandering van de structuur impliceert ook geen vermindering van de (inhoudelijke) complexiteit van de decentralisatie-opgaven. 

Kolff zet raad naar zijn hand
Burgemeester Kolff van Dordrecht vatte onlangs in de raadscommissie Bestuur en Middelen de reden tot “ontmanteling” nog eens goed samen: “financieel en inhoudelijk bleek dat we niet altijd op één lijn zitten tussen de zeven gemeenten. En dat is ook niet onlogisch, aangezien we natuurlijk stedelijk gebied en meer poldergebied vertegenwoordigen, waarin andere belangen en andere vraagstukken spelen. En we hebben dan ook gemeend om voor dat - toch wat meer politieke deel - een klassieke Gemeenschappelijke Regeling (GR) te gaan oprichten.  We hebben ook gezegd, stedelijke gebied kan het poldergebied niet dwarsbomen. Daar moet een goede balans zitten in de zeggenschap, maar die moet wel anders liggen dan nu, want nu is het eigenlijk behoorlijk scheef gegroeid, dat degene die betaalt niet bepaalt.” Het lijk er dus op Dordrecht meer grip wil op de samenwerking. Temeer omdat Dordrecht in het nieuwe model als “servicegemeente” gaat indienen: de overige zes gemeenten kunnen diensten die nu nog vanuit de GR worden uitgevoerd, in de toekomst bij Dordrecht inkopen. Wijzigingen van tekst en traject van de GR werden door de voorzitter tijdens de Dordtse raadsvergadering behendig geparkeerd. Bijvoorbeeld : de (ingetrokken) motie om bij de uitwerking van de toekomstige Drechtsteden-samenwerking bij het sociale beleid qua stemgewicht vooral te kijken naar het aantal cliënten van de Sociale Dienst in plaats van naar het inwoneraantal. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is juist voorstander om het stemgewicht te laten bepalen door het inwoneraantal....

Voordelen?
De grote politieke vraag is of nu de gemeenteraad via een klassieke GR bestuurlijk dezelfde grip behoudt als bij de Drechtraad en het Drechtbesturenbestuur (DB). Dit DB wordt namelijk vervangen door een Algemeen/Dagelijks Bestuur. De raad kan zowel bij de Drechtraad als in de nieuwe structuur hoogstens zijn eigen wethouder in het DB en het AB naar huis sturen, maar niet de overige, andere wethouders. En bij het nieuwe “klassieke” model zit geen “democratische controle”,  zoals de Drechtraad dat in zekere mate wel had in het sociale domein (zoals bij de Sociale Dienst Drechtsteden). Duidelijk is wel dat de werkdruk op de raadsleden zal toenemen, vooral in het sociaal domein. De wens tot meer sturing naar meer “ruimte voor lokale regie, eigen lokale beleidskeuzes en maatwerk in ambities en uitvoering”, betekent mijns inziens meer werk in de gemeenteraad.

Wat hebben de bestuurders in “het poldergebied” met dit klassieke GR-model voor het sociaal domein en de service-gemeente-constructie gewonnen? De bestuurlijke grip wordt niet groter, de transparantie van beleid en informatievoorziening naar de raden neemt niet toe, en de afhankelijkheid van Dordrecht (qua capaciteit en knowhow) wordt niet minder. Over het financiële plaatje en over de cultuurverandering bij bestuurders en ambtenaren is veel onduidelijk. Kortom: de wil tot meer maatwerk zou de afhankelijkheid van Dordrecht wel eens groter kunnen maken.

In 2003/2004 knikten bij het voorstel voor invoering van het Drechtstedenmodel de gemeenteraden destijds ja, nu, zo’n achtien jaar later zullen deze raden het experiment Drechtsteden -soms met pijn in het hart, soms met veel plezier-  met de ontmanteling van dit experiment instemmen. Ik herinner dat PvdA, D66 en andere partijen destijds grote voorstanders waren van het huidige Drechtstedenmodel, de staatkundig gereformeerden waren daarentegen zeer tegenhoudend. Maar laat nu juist de SGP kwantitatief oververtegenwoordigd zijn in het Drechtstedenbestuur! Een nieuw model met een klassieke GR- en de service-gemeente-constructie zou wel eens kunnen betekenen dat de SGP aan bestuurskracht en macht in de regio inlevert…

Hoe zal de situatie na 18 jaar zijn? Misschien is dan de glans van dit nieuwe model dan ook verdwenen en is dit model -met behulp van provinciale passie en druk-  een opmaat naar een gemeentelijke herindeling in de Ommelanden: twee nieuwe gemeenten namelijk Zwijndrechtse Waard (Hendrik Ido Ambacht en Zwijndrecht) en Merwedestad of Merwelanden (Sliedrecht, Papendrecht en Hardinxveld-Giessendam). Alblasserdam maakt dan deel uit van de gemeente Molenlanden. Maar dit is natuurlijk toekomstmuziek!


Toetsing: beschermd wonen
Misschien is de kwestie van het beschermd wonen wel een mooie toetsing hoe de regionale samenwerking (in de Drechtsteden) zich verder ontwikkelt. Vanaf 1 januari 2023 moeten alle 355 Nederlandse gemeenten zich volledig gaan inzetten voor inwoners, die in aanmerking komen voor beschermd wonen. Ze maken daartoe regionale samenwerkingsafspraken. Ook komt vanaf 1 januari 2023 een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een zogeheten “woonplaatsbeginsel”.  Gemeenten zijn dan voortaan verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor de eigen inwoners. Ze zullen daartoe ook in staat moeten zijn. Een cruciale opgave voor alle gemeenten (ook die in de “poldergebieden”)  is dat zij over voldoende woningen beschikken voor deze kwetsbare doelgroep. Hoe gaan de raden, die in 2022 opnieuw worden gekozen, deze kwestie in onze regio oplossen? 

Bestuursverandering: “So what?”
En wat de gewone burger in de Drechtsteden vindt van het nieuwe model? Als er met hem of haar begint over zo’n verandering, lijkt het of je van een andere planeet komt. Ze maken zich veel drukker over de beperkingen door corona, de reisbeperkingen, de winkelsluitingen, enzovoort dan over zo’n “bestuursshow” zoals iemand me deze bestuursverandering omschreef. Een ander punt van aandacht is de kerst. Ik wens u tot slot dan ook goede Kerstdagen en gezond 2021! Ook hier is maatwerk van toepassing!

Deel dit bericht met je vrienden!